1 In die dagen zullen vaders samen met hun kinderen neergeveld worden. Broers zullen samen gedood worden zodat een rivier van bloed ontstaat.
2 Een man zal niet aarzelen om zijn kinderen en kleinkinderen te doden. Vanuit zijn genade zal hij hen doden. Een zondaar zal zijn hand niet terugtrekken van zijn geliefde broer, vanaf de vroege ochtend tot en met de zonsondergang zullen zij elkaar doden.
3 Het paard zal tot aan zijn borst door het bloed van zondaars waden en de strijdwagen tot aan zijn as.50
4 In die dagen zullen de engelen tot in alle schuilplaatsen afdalen en hen die de misdaad ondersteunen verzamelen.51 De Allerhoogste zal op de oordeelsdag opstaan om het zware oordeel over de zondaars te vellen.
5 De rechtvaardigen en heiligen zal Hij door Zijn heilige engelen beschermen. Hij zal hen als Zijn eigen oogappel beschermen, totdat elke zonde en misdaad vernietigd is. Al slapen de rechtvaardigen diep, ze hebben niets te vrezen.
6 Dan zullen de kinderen van de aarde zien dat de wijzen veilig zijn. Zij zullen door de woorden uit dit boek begrijpen en beseffen dat hun rijkdom hen niet kan redden vanwege de vele zonden die zij gedaan hebben.
7 Wee u zondaars als u, op die grote verschrikkelijke dag, getroffen wordt vanwege wat u gedaan hebt met de rechtvaardigen. U zult met vuur verbrand worden en vergolden worden naar uw daden.
8 Wee u opstandigen van hart, die ernaar uitzien om kwaad te doen. Daarom zal angst u overvallen en zal er niemand zijn om u te helpen.
9 Wee u zondaars, op basis van wat u gezegd hebt en wat u met uw handen goddeloos gedaan hebt, zult u in een hevige vlammenzee, erger dan vuur, omkomen.
10 Weet dan dat de engelen in de hemel uw gedrag zullen onderzoeken. Zij zullen de zon, de maan en de sterren over uw zonden bevragen. Want op aarde heeft u de rechtvaardige veroordeeld.
11 Hij zal iedere wolk, mist, sneeuw en regenbui op aarde opdracht geven tegen u te getuigen. Want dit alles zult u ontberen, zij zullen niet op u neerkomen noch zullen zij dienstbaar aan uw misdaden zijn.
12 Breng maar dankbaar geschenken aan de regen zodat zij niet stopt met over u te komen en dat ook de mist niet stopt wanneer zij goud en zilver van u ontvangen heeft omdat u naar haar verlangt. Wanneer de diepe vorst en koude sneeuw en sneeuwstormen u teisteren en belagen in die dagen zult u niet in staat zijn om stand tegen hen te houden.