1 Na enige tijd koos mijn zoon Metuselach een vrouw uit voor zijn zoon Lamech.
2 Zij werd zwanger door hem en kreeg een zoon. Zijn huid was wit als sneeuw en rood als een bloeiende roos. Zijn hoofdhaar en lange lokken waren wit als wol en zijn ogen schitterend. Toen hij zijn ogen opende, werd heel het huis verlicht alsof de zon scheen, het hele huis was vol licht.
3 Toen de vroedvrouw het kind overhandigde begon het te spreken tegen de Rechtvaardige Heer.
4 Zijn vader Lamech werd er bang van en vluchtte naar zijn vader Metuselach.
5 Daar zei hij tegen hem: ‘Ik heb een eigenaardige zoon gekregen, anders dan andere mensen, hij lijkt meer op de zonen van God uit de hemel. Hij heeft een andere natuur en is niet zoals ons. Zijn ogen zijn als zonnestralen en zijn gezicht straalt ook, hij lijkt niet op mij maar meer op de engelen.
6 Ik vrees dat in zijn tijd een wonder op aarde plaats zal gaan vinden.
7 Daarom ben ik hier gekomen, om aan u te vragen of u naar Henoch wilt gaan, onze vader, en leer van hem wat waar is in deze, want hij woont te midden van de engelen.’
8 Toen Metuselach gehoord had wat zijn zoon hem vertelde kwam hij naar mij toe op de grens van de aarde. Hij had namelijk gehoord dat ik daar was en hij riep het uit zodat ik, toen ik zijn stem hoorde, naar hem toe ging. Ik zei tegen hem: ‘Zie, hier ben ik zoon, waarom ben je naar mij toe gekomen?’
9 Hij antwoordde en sprak: ‘Ik ben gekomen omdat er iets heel bijzonders gebeurd is, er is nu iets te zien wat nauwelijks voor te stellen is!
10 Luister goed naar mij vader. Mijn zoon Lamech heeft een zoon gekregen, onvergelijkbaar met welk kind dan ook. Hij heeft geen natuur zoals een mens, de kleur van zijn huid is witter dan sneeuw en roder dan een bloeiende roos. Zijn hoofdhaar is witter dan witte wol, zijn ogen stralen als de zon want toen hij zijn ogen opendeed werd heel het huis verlicht.
11 Toen hij door de vroedvrouw overhandigd werd, opende hij zijn mond en zegende hij de Heer van de hemel.
12 Zijn vader Lamech was er bang van geworden en vluchtte naar mij toe. Hij kon niet geloven dat het zijn kind was omdat hij meer leek op de engelen in de hemel. Zie dus dat ik naar u toe gekomen ben om de waarheid hierover te leren.’
13 Toen antwoordde ik, Henoch, en zei tegen hem: ‘De Heer zal iets nieuws op de aarde doen. Ik heb het al eerder gezien in een visioen.
14 Ik heb u al laten zien dat tijdens de generatie van Jared, mijn vader, sommige engelen uit de hemel ongehoorzaam aan het Woord van de Heer zijn geworden. Zij werden misdadig en verloochenden hun afkomst. Zij hebben gemeenschap gehad met vrouwen en zijn zo tot zonde vervallen. Zij trouwden zelfs met hen en zij kregen kinderen van hen.
15 Zij zullen reuzen op aarde verwekken, niet geestelijk, maar lichamelijk, daarom zal er een grote vergelding op aarde komen, zo zal de aarde van deze onreinheid gezuiverd worden.
16 Ja er zal een grote vernietiging komen over de hele aarde en een jaar lang zal er een zondvloed komen die vernietigend zal zijn.
17 De zoon nu die onder u geboren is zal op aarde overblijven, samen met zijn drie kinderen zal hij gered worden. Als alle mensen op aarde zullen sterven, zal hij samen met zijn zoons worden gered.
18 Vertel dat maar aan je zoon Lamech dat degene die bij hem geboren is werkelijk zijn zoon is en dat hij hem Noach moet noemen. Want hij zal een redder voor u zijn en hij zal met zijn zonen gered worden van de vernietiging die op aarde komen zal, vanwege al haar zonden en de (maat van) onrechtvaardigheid die in zijn dagen op aarde vol zal worden.
19 Hierna zal er nog veel meer onrecht komen, meer dan dat hiervoor op aarde is gepleegd. Want ik ken de geheimen van de heiligen die Hij, de Heer, aan mij getoond en uitgelegd heeft. Ik heb ze zelf gelezen in de hemelse schrijftabletten.