1 Hierna onderzocht ik de uitgangen van de wind en leerde dat zij er zijn om de inrichting van de schepping te verfraaien en het fundament van de aarde te verstevigen.
2 Ik zag de hoeksteen van de aarde. Ook zag ik de vier winden die de aarde dragen en het uitspansel van de hemel.
3 Ik zag dat de winden zich uitstrekken tot in de hemelgewelven en opkomen tussen de hemel en de aarde. Het zijn de pilaren waarop de atmosfeer rust.
4 Ik zag de winden die voor de omwenteling van de zon zorgen en die de sterren doen ondergaan.
5 Ik zag de winden op aarde die de wolken dragen en de wegen van de engelen.
6 Ik zag het uiteinde van de aarde en de atmosfeer erboven. Hierna ging ik naar het zuiden waar dag en nacht een vuur brandde. Er zijn daar zes bergen van prachtige (edel)stenen. Drie waren gericht op het oosten en drie op het zuiden.
7 Degenen die op het oosten gericht waren hadden kleurrijke stenen, een van kristalrijk margarite en een ander van antimoon. Degenen die op het zuiden gericht waren, waren van rode steen.
8 De middelste steeg op tot in de hemel, net als Gods troon, zij was van gipsalbast gemaakt en de top van de troon uit saffier.
9 Een vlammend vuur bedekte alle bergen.
10 Daarachter zag ik een uitgestrekt terrein waar water zich verzamelde.
11 Ik zag aardse fonteinen (die reikten tot) diep in de vurige pilaren waarop de hemel rust. In deze pilaren zag ik ontelbare vuurvlammen uitslaan, hoewel ze niet naar boven of naar beneden gericht waren.
12 Achter deze fonteinen zag ik een plaats die geen hemel boven zich of aarde onder zich had. Er was ook geen water boven of vleugels die het droegen, maar de plaats was levenloos.
13 Daar zag ik zeven sterren die lijken op grote brandende bergen en op geesten die het uitsmeekten naar mij.
14 Toen ik de engelen hiernaar vroeg zeiden ze mij: ‘Deze plaats is het einde van de hemel en aarde, dit zal de gevangenis voor de sterren en voor het leger van de hemel zijn.
15 De sterren waar het vuur overheen loopt zijn zij die de geboden van God overtreden hebben voordat hun tijd gekomen was. Dus zijn ze niet op de juiste tijd aangekomen. Daarom was Hij verbolgen over hen en heeft Hij hen gebonden, totdat de tijd van hun misdaden in het geheime jaar voltrokken is.’