Terug naar Bijbel index Terug naar Boek index

Henoch 27


1 Toen zei ik: ‘Welk doel heeft dit prachtige land dat volledig bedekt is met bomen en dit verschrikkelijke ravijn ertussenin?’
2 Daarop antwoordde Uriël, een van de heilige engelen die bij mij was en zei: ‘Het verschrikkelijke ravijn is voor degenen die voor altijd vervloekt zullen zijn. Hier zal iedereen die met zijn mond onbetamelijk tegen de Heer gesproken heeft en Zijn Majesteit bespot heeft komen. Hier zullen zij samengebracht worden, dit is hun plaats des onheils.
3 In de laatste dagen zal het rechtvaardig oordeel over hen geveld worden ten aanschouwen van de rechtvaardigen. Zij die genade ontvangen zullen God voor altijd prijzen, de eeuwige Koning.
4 Als het oordeel over de eersten wordt geveld zullen zij Hem danken voor de genade die Hij hen bewezen heeft.’
5 Daarop prees ik God en droeg mijzelf aan hen op, ik beleed hoe groot Hij was, en verheerlijkte Hem boven alles.