1 Van daaruit ging ik naar het oosten, naar een berg midden in de wildernis.
2 Ik kon alleen de grond zien omdat ik mij tussen een oerwoud aan bomen en planten in bevond. Het plensde er van de regen.
3 Ik zag daar, in de richting van het oosten en het westen, een waterval die uit vele watervallen bestond. Overal ontstonden hierdoor wolken en dauw.