1 Van hieruit ging ik verder naar het uiterste zuiden, waar ook drie hemelpoorten open stonden en waar dauw, regen en wind uit kwamen.
2 Ik vloog door naar de uiterst oostelijke hemel waar drie hemelpoorten naar het oosten toe open stonden die kleiner van omvang waren.
3 Door deze poorten gingen de sterren in de richting van het westen volgens de baan die aan hen was toegekend. Steeds als ik keek zegende ik de Heer der Heerlijkheid en kon ik niet ophouden de Heer der Heerlijkheid te prijzen over de grote en prachtige wonderen die Hij geschapen had voor de engelen en de mensenzielen. Dit alles zodat zij Zijn werk en hele schepping zouden prijzen. Zo zouden zij Zijn overweldigende kracht zien, het grote werk van Zijn handen eren en Hem voor eeuwig zegenen.