1 Hierna hoorde ik over de geheimen van de hemelen, de verdeling van het koninkrijk en hoe de daden van de mensen in een balans gewogen worden.
2 Daar zag ik de woningen van de uitgekozenen en de heiligen. Ook zag ik met eigen ogen hoe de zondaars, die de Naam van de Heer der geesten verloochend hebben, daar vandaan weggevoerd werden. Ze werden weggesleept van (de plaats) waar ze stonden. Voor hen was er geen plaats vanwege de straf die tegen hen werd voltrokken op bevel van de Heer der geesten.
3 Daar zagen mijn ogen de geheimen van de bliksem en de donder, die van de winden en hoe ze verspreid worden om over de hele wereld te waaien.
4 Ook zag ik de geheimen van de wolken en de dauw, van de plaats waar ze opkomen tot waar ze de droge aarde verzadigen. Ik zag de afgesloten plaatsen waarvanuit de winden verdeeld worden, de plaats van de hagel en de wind, de plaats van de mist en de wolken, waar een wolk begint en hoe deze hierna over de aarde beweegt.
5 Ik zag de plaatsen van de zon en de maan, waar ze vandaan komen en waar ze naartoe gaan tot aan hun majestueuze terugkomst. Ik zag hoe de een de ander overtrof. Ik volgde hun statige loop en hoe ze hun baan niet verlaten, niets ervan wordt afgenomen of toegevoegd aan hun baan.
6 Zij vertrouwen op elkaar, in overeenstemming met de eed waaraan zij samengebonden zijn. Eerst gaat de zon op en doorloopt haar baan zoals de Heer der geesten opgedragen heeft, machtig is Zijn Naam voor eeuwig en altijd.
7 Hierna zag ik de zichtbare en onzichtbare loop van de maan. Ook zij voltooid haar weg en doorloopt haar pad overdag en ’s nachts, terwijl zij beiden gericht bleven op de Heer der geesten, Hem zonder ophouden lovende en prijzende, want aanbidding is rust voor hen.
8 In de schitterende zon is er namelijk een voortdurende wisselwerking tussen zegen en vloek. En de baan van de loop van de maan is een licht voor de rechtvaardigen, maar duisternis voor de zondaars, uit Naam van de Heer der geesten die scheiding heeft gemaakt tussen het licht en de duisternis en de menselijke geesten gescheiden heeft. Hij heeft de rechtvaardige geesten door Zijn rechtvaardige Naam gesterkt.
9 Geen engel kan dit verhinderen of is daartoe bekrachtigd, want Hij is de Rechter over allen en zal hen allen voor zich stellen en berechten.