1 Wijsheid heeft geen plaats gevonden om te wonen, daarom is voor haar een verblijfplaats in de hemelen aangewezen.
2 Wijsheid ging op weg om een verblijfplaats onder de mensenkinderen te vinden. Zij vond deze niet, waarna ze naar huis terugkeerde en te midden van de engelen verbleef.
3 Ook onrechtvaardigheid verliet haar woning en zonder te zoeken vond ze. Ze nam haar intrek, zoals regen in de woestijn en zoals dauw op het droge land.