1 Daar zag ik de fontein van rechtvaardigheid die onafgebroken spoot, omgeven door vele bronnen van wijsheid. Alle dorstigen dronken daaruit en zij werden met wijsheid vervuld. Zij mochten wonen bij de rechtvaardigen, de uitgekozenen en de heiligen.
2 Op dat moment werd de Mensenzoon bij de Heer der geesten geroepen, geroepen bij Hem die Altijd is.
3 Voordat de zon en tekenen gemaakt werden, voordat de sterren aan de hemel geformeerd werden, is Zijn Naam al in aanwezigheid van de Heer der geesten uitgesproken.
4 Hij zal een steun zijn voor de rechtvaardigen, door op Hem te steunen zullen zij niet vallen. Hij zal het Licht zijn voor de heidenen en de hoop voor hen wiens hart bezwaard is.
5 Iedereen op aarde zal neervallen en Hem aanbidden en zij zullen loven, prijzen en met zang de Naam van de Heer der geesten aanbidden.
6 Daarom is Hij in Zijn nabijheid uitgekozen en verborgen gehouden, voordat de wereld geschapen werd, voor alle tijden.
7 De wijsheid van de Heer der geesten heeft Hem aan de heiligen en rechtvaardigen geopenbaard, want zij hebben de onrechtvaardige wereld gehaat en veracht. Zij hebben al haar werken en wegen uit Naam van de Heer der geesten gehaat. Want in Zijn Naam zullen ze gered worden en wat Hij wil zal hun leven zijn.
8 ‘In die dagen zullen de koningen en machtigen op aarde, die de wereld gewonnen hebben door hun eigen inspanningen, nederig worden en het hoofd buigen. Op de dag van angst en moeite zullen zij hun ziel niet kunnen redden en zich aan hen die ik heb uitgekozen moeten onderwerpen.
9 Als stro in het vuur zullen zij verbranden ten aanschouwen van de rechtvaardigen. Als lood in water zullen zij voor de ogen van de heiligen wegzinken. Geen spoor van hen zal meer te vinden zijn.’
10 Op de dag van hun nood zal de wereld rust hebben. In Zijn aanwezigheid zullen zij vallen en niet meer opstaan. Niemand zal er zijn om hen de hand te reiken en op te doen staan. Omdat zij de Heer der geesten en Zijn Messias afgewezen hebben. De Naam van de Heer der geesten is gezegend.