1 In die dagen zullen de heiligen en uitgekozenen veranderen. Het daglicht zal hen bekleden en eer en glorie zal de heiligen ten deel vallen.
2 Op de noodlijdende dag, wanneer het kwaad de zondaars overladen zal, zullen de rechtvaardigen in de Naam van de Heer der geesten overwinnend zijn. Anderen zullen inzien dat zij berouw moeten tonen en het werk van hun handen moeten laten varen en dat zij geen eer te verwachten hebben in aanwezigheid van de Heer der geesten. Toch kunnen zij (nog) door Zijn Naam gered worden.
3 Dan zal de Heer der geesten medelijden met hen hebben, omdat Zijn genade groot is.
4 Ook is Hij rechtvaardig in Zijn oordeel. In de aanwezigheid van Zijn heerlijkheid zal onrechtvaardigheid niet kunnen bestaan. Bij Zijn oordeel zullen degenen die geen berouw hebben als zij voor Hem staan vergaan.
5 ‘Vanaf dat moment zal ik geen genade meer voor hen hebben,’ zegt de Heer der geesten.