Terug naar Bijbel index Terug naar Boek index

Henoch 53


1 Daar zagen mijn ogen een diepe vallei met een brede ingang. Iedereen die op aarde, op zee of een eiland woont, zal Hem geschenken brengen, kado’s en eerbewijzen, toch zal deze diepe vallei niet vol worden.
2 Hun handen zullen wetteloosheid bedrijven. Wat zij met noeste arbeid gemaakt hebben zullen de zondaren misdadig verslinden. Maar zij zullen vergaan voor het aangezicht van de Heer der geesten. Zij zullen van het aardoppervlak worden uitgeroeid en voor eeuwig en altijd vergaan.
3 Ik zag dat de engelen van straf daar verbleven en alle instrumenten van Satan klaarmaakten.
4 Toen vroeg ik de engel van vrede die bij mij was: ‘Voor wie maken zij deze werktuigen klaar?’
5 En hij zei tegen mij: ‘Zij maken deze klaar voor de koningen en machtigen van deze aarde, zodat zij daardoor vernietigd zullen worden.
6 Hierna zal de Rechtvaardige en Uitgekozene het huis van samenkomst doen verschijnen. In de Naam van de Heer der geesten zal het vanaf dat moment ongehinderd bestaan.
7 Ook zullen deze bergen niet kunnen bestaan in Zijn aanwezigheid, de heuvels zullen als waterbronnen zijn en de rechtvaardigen zullen van de onderdrukking door zondaars verlost zijn.’