Terug naar Bijbel index Terug naar Boek index

Henoch 54


1 Toen ik omkeek zag ik een ander deel van de aarde waar een diepe kloof vol vuur te zien was.
2 Toen brachten zij de koningen en machtigen en begonnen hen in deze diepe afgrond te werpen.
3 Ook zag ik dat zij immens zware ijzeren werktuigen maakten van kettingen.
4 Hierop vroeg ik de engel van vrede die met mij meegestuurd was het volgende: ‘Voor wie worden deze kettingen klaargemaakt?’
5 Hij antwoordde mij: ‘Deze worden klaargemaakt voor het leger van Azazel, zo kunnen zij hen oppakken en in de afgrond van finale veroordeling werpen. De engelen zullen overladen worden met geweldige stenen zoals de Heer der geesten dat bevolen heeft.’
6 Michaël, Gabriël, Rafaël en Fanuël zullen daarvoor op die grote dag zorgdragen. Zij zullen hen in de gloeiendhete vuuroven werpen. Zo vergeldt de Heer der geesten hun misdaden, omdat zij vertegenwoordigers van Satan geworden zijn en hen die op aarde zijn verleid hebben.
7 Die dag zal de straf van de Heer der geesten uitgaan. De schatkamers vol water die in de hemel zijn zullen geopend worden en de bronnen die onder de aarde zijn.
8 Dit zal zich met elkaar mengen, het water in de hemel is sturend en het water op aarde ontvangend.
9 Alles dat op aarde leeft en alles wat tot aan de uiteinden van de hemelen bestaat zullen zij vernietigen.
10 Dan zullen zij de onrechtvaardigheid op basis waarvan zij op aarde gehandeld hebben begrijpen, daarom zullen zij vergaan.’