1 Ik zag hoe in die dagen lange touwen aan engelen gegeven werden. Zij vlogen met hun vleugels richting het noorden.
2 Toen vroeg ik de engel en sprak: ‘Waarom hebben deze engelen die touwen meegenomen?’ Hij antwoordde en sprak: ‘Dat hebben zij gedaan om te meten.’
3 De engel die met mij meegegaan was zei tegen mij: ‘Zij zullen de rechtvaardigen opmeten. De touwen meten de mate van rechtvaardigheid, de mate van hun vertrouwen in de Heer der geesten voor eeuwig en altijd.
4 Dan zullen de uitgekozenen met de (andere) uitgekozenen samenwonen. Naar de mate van het geloof dat zij getoond hebben en de kracht van hun rechtvaardige woorden.
5 Deze meetlinten zullen de geheimen van de diepten op aarde blootleggen, van degenen die in de woestijn gestorven zijn, van hen die door beesten verslonden zijn en van hen die door zeevissen verslonden zijn. Zij zullen terugkeren en op de Uitgekozene vertrouwen, dan zal niemand in aanwezigheid van de Heer der geesten vergaan, het zal onmogelijk zijn.
6 Hierop ontving iedereen die zich in de hemel bevond een opdracht. Iedereen aan wie dezelfde kracht, stem en uitstraling als van vuur gegeven was.
7 En het eerste wat zij deden was het zegenen van de Ene, zij verheerlijkten Hem, met hun wijsheid eerden zij Hem en door hun levensadem spraken zij wijze woorden.
8 De Heer der geesten plaatste daarop de Uitgekozene op de troon van heerlijkheid. Dan zal Hij de daden van de heiligen in de hemel oordelen. In de balans zal gewogen worden wat zij gedaan hebben.
9 Als Hij Zijn hoofd zal oprichten om hun geheime wegen te oordelen, op gezag van de Heer der geesten, en hoe ver zij gevorderd waren op de weg van het rechtvaardige oordeel van de Allerhoogste God. Dan zullen zij eenparig spreken.
10 Zij zullen de Naam van de Heer der geesten eren, aanbidden, verheerlijken en prijzen.
11 Iedere macht in de hemel zal Hij roepen, alle heiligen daarboven en de kracht van God, de Cherubim, Serafim en de Ofanim (wielen), alle engelen met macht en alle engelen van de Heren, namelijk (die) van de Uitgekozene en van de Machtige die over het water zweefde op de (eerste) dag.
12 Zij zullen gezamenlijk hun stem verheffen, eren, verheerlijken, prijzen en loven samen met de Geest van vertrouwen, de Geest van wijsheid en geduld, de Geest van genade, de Geest van oordeel en vrede en de Geest van goedheid. Dan roepen zij eenparig uit: ‘Gezegend is Hij en de Naam van de Heer der geesten zal voor eeuwig en altijd gezegend zijn.’ Iedereen die niet slaapt zal in de hoge hemel eer betonen.
13 Alle heiligen in de hemel zullen eer betonen, alle uitgekozenen die wonen in de tuin van het leven, alle verlichte geesten die in staat zijn om Uw heilige Naam te zegenen, eren, verheerlijken en prijzen. Ieder sterfelijk mens zal Uw Naam uitbundig eren en zegenen, voor altijd en eeuwig.
14 Want de genade van de Heer der geesten is groot, geduldig is Hij. Alles wat Hij gemaakt heeft, al Zijn kracht. Groots is wat Hij gedaan heeft, ja alles wat Hij aan de heiligen en uitgekozenen geopenbaard heeft in de Naam van de Heer der geesten.