1 Het boek van de omloop van de hemellichamen. Hoe ze met elkaar in verband staan en afhankelijk zijn van hun positie, kracht, seizoenen, namen, startpunten en verschillende maanden. Uriël, de heilige engel die bij mij was, heeft het aan mij uitgelegd, hij is hun gids. Hij toonde ze allemaal aan mij, over alle jaren dat de wereld zal bestaan tot aan de eeuwigheid, als de nieuwe schepping afgerond is. Deze zal eeuwig blijven.
2 ‘Nu volgt de eerste wetmatigheid van de hemellichamen. De zon bereikt de hemelpoorten in het oosten en gaat onder door de westelijke hemelpoorten.
3 Ik zag zes poorten waardoor de zon opkomt en zes poorten waardoor zij ondergaat. Ook de maan komt op en gaat onder door deze poorten, evenals de belangrijkste sterren met hun gevolg, zes in het oosten en zes in het westen die elkaar opvolgen.
4 Zij volgen elkaar nauwkeurig op. Ik zag ook ontelbaar veel ramen aan de linker- en rechterkant van deze poorten. Als eerste komt het grote hemellichaam, de zon op. Haar bol is als de hemelbol en zij is geheel gevuld met helbrandend gloeiendheet vuur.
5 De wind blaast de strijdwagen die haar omhoog trekt voort. De zon daalt hierna weer af langs de hemel via het noorden teneinde in het oosten aan te komen, zij wordt zo geleid dat zij precies in de juiste poort aankomt en de aanblik van de hemel verlicht.
6 In de eerste maand komt zij op door de grote poort, dat is de vierde van de zes poorten.
7 In de vierde poort, van waaruit de zon opkomt in de eerste maand, zijn twaalf ramen van waaruit een vlam komt als zij op de bestemde tijd geopend worden.
8 Als de zon in de hemel opkomt, gaat zij dertig ochtenden door die vierde poort aan de westkant van de hemel.
9 In die periode, tot aan de dertigste ochtend, worden de dagen steeds langer en de nachten korter.
10 Op die dag duurt overdag twee delen langer dan de nacht. Overdag duurt precies tien delen en ‘s nachts acht.
11 De zon komt dus op in de vierde poort en gaat ook onder in de vierde, waarna zij terugkeert naar de vijfde poort in het oosten. Dertig ochtenden komt zij dan op en gaat zij onder door deze vijfde poort.
12 Hierna wordt de dag verlengd met een tweede deel. Overdag bestaat dan uit elf delen terwijl de nacht verkort wordt en uit nog maar zeven delen bestaat.
13 Dan keert zij weer terug naar het oosten en gaat door de zesde poort. Eenendertig ochtenden komt zij op en gaat zij onder door de zesde poort op grond van de haar gegeven signalen.
14 Op die dag duurt de dag langer, dubbel zo lang, als de nacht. Overdag bestaat dan uit twaalf delen terwijl de nacht verkort wordt en uit zes delen bestaat.
15 Dan komt de zon op om de dag korter te maken en de nacht weer langer. De zon keert terug naar het oosten en gaat door de zesde poort waardoor zij dertig ochtenden op- en ondergaat.
16 Als dertig ochtenden voorbij zijn is de dag precies met een deel afgenomen.
17 De dag bestaat dan uit elf delen en de nacht uit zeven. De zon gaat verder door de zesde poort in het westen naar het oosten en komt hierna dertig ochtenden door de vijfde poort in het oosten op, om door de vijfde poort in het westen te verdwijnen.
18 Op die dag is de dag met twee delen afgenomen zodat tien delen overblijven en de nacht uit nog acht delen bestaat.
19 De zon komt op via de vijfde poort en gaat via de vijfde poort onder in het westen om hierna eenendertig dagen lang door de vierde poort geleid te worden en in het westen onder te gaan.
20 Op die dag is overdag weer net zo lang als ’s nachts geworden, ze zijn gelijk aan elkaar. De dag bestaat uit negen delen en de nacht evenzo.
21 De zon komt op uit haar poort en gaat onder in het westen, keert weer terug naar het oosten en passeert dertig ochtenden lang de derde poort en gaat door de derde poort in het westen onder.
22 Op die dag duurt de nacht langer dan de dag en beperkt zij haar dertig dagen lang. De nacht bestaat dan precies uit tien delen en de dag uit acht delen.
23 De zon komt door de derde poort op en gaat door de derde poort in het westen onder om weer terug te keren naar het oosten.
24 Dertig ochtenden lang komt zij door de tweede poort in het oosten op om weer door de tweede poort aan de westelijke hemel onder te gaan.
25 Op die dag bestaat de nacht uit elf delen en de dag uit zeven delen. Vanaf dat de zon door de tweede poort opkomt en door de tweede poort onder gaat in het westen keert zij weer terug naar het oosten om door de eerste poort tevoorschijn te komen.
26 Gedurende eenendertig ochtenden komt zij daar op om door de eerste poort aan de westelijke hemel weer onder te gaan. Op die dag duurt de nacht nog langer. Dubbel zo lang als de dag. De nacht duurt dan precies twaalf delen en de dag zes.
27 Zo voltooit de zon haar omloop vanaf haar oorsprong om hierna opnieuw haar omloop te beginnen. De volgende poort gaat zij dertig ochtenden door en zij gaat in het westen precies door de tegenoverliggende poort onder.
28 Dan is de nacht een negende deel in lengte verkort tot elf delen en duurt de dag zeven delen.
29 De zon komt weer terug bij de tweede poort in het oosten waar zij dertig dagen doorheen passeert.
30 Op de laatste dag is de nacht weer een negende deel verkort tot tien delen en de dag toegenomen tot acht delen.
31 Die dag komt de zon weer uit haar poort, gaat onder in het westen, keert terug naar het oosten en komt gedurende eenendertig ochtenden door de derde poort op om weer onder te gaan aan de westelijke hemel.
32 Op die dag duurt de nacht negen delen en de dag negen delen. De nacht is aan de dag gelijk en het jaar duurt op de dag af 364 dagen.
33 De lengte van de dag en de nacht en het verschil ertussen komt door het verloop van de zon tot stand. Zo zijn ze van elkaar te onderscheiden.
34 Daarom wordt haar gang per dag langer en per nacht korter. Dit is de wetmatigheid van het verloop van de zon. Om de dertig dagen keert zij om en gaat dan weer terug.
35 Dit is het grote eeuwigdurende hemellichaam, die Hij voor eeuwig en altijd de zon genoemd heeft, zo heeft de Heer het geboden.
36 Zoals zij opkomt, gaat zij ook onder, zonder in te houden of te rusten. Dag en nacht gaat zij door en haar licht is zeven maal helderder dan dat van de maan. Maar hun omvang is gelijk.