Terug naar Bijbel index Terug naar Boek index

Henoch 88


1 Degene die als eerste van de vier was afgedaald, pakte de eerste ster die uit de hemel was gevallen, bond zijn handen en voeten en gooide hem in een afgrond. De afgrond nu was smal en diep, verschrikkelijk en donker.
2 Een van hen trok een zwaard en gaf het aan de kamelen, olifanten en ezels, waarna zij elkaar te lijf gingen, de hele aarde beefde om wat zij deden.
3 Ik bleef naar het visioen kijken en zie, een van de vier stenigde hen vanuit de hemel en verzamelde alle grote sterren met edele delen als paarden en bond ze aan handen en voeten, zij werden in de diepte van de aarde geworpen.