Terug naar Bijbel index Terug naar Boek index

Henoch 98


1 ‘Onder ede verklaar ik u wijzen en eenvoudigen die veel meemaken op aarde.
2 Dat mannen zich rijker zullen uitdossen dan een vrouw. Zij zullen zich flamboyanter kleden dan een maagd. In koninklijke waardigheid, staatsie, kracht, zilver, goud en damast. Weelde en voedsel zullen als water over u uitgegoten worden.
3 Geleerdheid en wijsheid zullen daarom ver bij hen te zoeken zijn. Daarom zullen zij vergaan, samen met hun rijkdom, heerlijkheid en eerbetoon. Beschimpt, afgeslacht en volledig berooid zullen hun geesten in de vuuroven worden geworpen.
4 Tegen u heb ik gezworen, zondaars, zoals een berg geen slaaf kan worden, of een heuvel een slavin, zo is ook de zonde niet op aarde geschapen. De mens zelf heeft haar uitgevonden en degenen die haar bedrijven zal een zware vloek treffen.
5 Onvruchtbaarheid is niet aan de vrouw gegeven, maar door wat zij zelf gedaan heeft sterft ze zonder kinderen.
6 Tot u zondaars verklaar ik onder ede, uit Naam van de Ene Grote Heilige, dat al uw slechte daden in de hemelen openbaar zijn. Niets van uw onderdrukkend gedrag is bedekt of verborgen.
7 Zeg nu niet in uw gedachten of in uw hart dat uw misdrijven niet openbaar of zichtbaar zouden zijn.
8 Dagelijks wordt iedere zonde in aanwezigheid van de Allerhoogste in de hemel opgeschreven. Vanaf nu weet u dat alle overheersing die u begaat dagelijks zal worden genoteerd, tot de dag van het oordeel.
9 Wee u dwazen, want door uw dwaasheid zult u vergaan. Wat verstandig is wilt u niet horen en wat goed is wilt u niet aannemen.
10 Weet dus dat u voor de dag van vernietiging klaargemaakt wordt. Hoop dus niet op het leven, zondaars, want u zult weggevoerd worden en sterven. U bent niet voor redding verzegeld, maar voor de dag van het grote oordeel bestemd, de dag van ellende en grote schande voor uw zielen.
11 Wee u opstandigen van hart. U pleegt misdaden en vergiet bloed. Hoe komt het dat u zich voedt met en drinkt van het goede tot u voldaan bent? Weet u niet dat onze Heer, de Allerhoogste, de overvloed op aarde geschapen heeft? Daarom zult u geen vrede kennen.
12 Wee u die van de misdaad houdt. Waarom hoopt u op het goede? Weet dat u in handen van de rechtvaardigen overgeleverd zult worden. Zij zullen uw nek breken, u slaan en geen mededogen tonen.
13 Wee u die zich verheugd wanneer rechtvaardigen vervolgd worden, voor u zal geen graf worden gedolven.
14 Wee u voor wie de woorden van de rechtvaardigen er niet toe doen, alle hoop op leven is voor u verloren.
15 Wee u die leugenachtige en goddeloze woorden opschrijft, want zij schrijven hun leugens op zodat mensen goddeloos naar hun naaste toe zullen handelen.
16 Daarom zullen zij geen vrede kennen maar plotseling sterven.’