Mattheus 5:1

Mattheus 5:1 Toen Hij nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had nedergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem.

De bergen

Jezus en de bergen zijn in de Bijbel nauw met elkaar verbonden. Bergen fungeren als cruciale locaties voor gebed, onderwijs (zoals de Bergrede), goddelijke ontmoetingen (de Transfiguratie) en symboliseren geestelijke voorbereiding en toevlucht. Ze benadrukken Jezus' goddelijke natuur en verbondenheid met God te midden van het landschap waar Hij wonderen verrichtte en volgelingen verzamelde.

Belangrijke momenten en betekenissen:

In wezen waren de heuvels niet alleen decor, maar actieve locaties voor Jezus' bediening, die geestelijke waarheden weerspiegelden en Zijn rol als Messias benadrukten.

Nedergezet

Bij ons is het dat de spreker, dominee, leraar etc. staat, maar bijbels/joods is het zo dat de rabbi zit en onderwijst.

Discipelen

Discipelen: mathētḗs (from math-, the “mental effort needed to think something through”) – properly, a learner; a disciple, a follower of Christ who learns the doctrines of Scripture and the lifestyle they require; someone catechized with proper instruction from the Bible with its necessary follow-through (life-applications). See also 3100 /mathēteúō (“to disciple”).

The word “disciple” comes from the Latin discipulus, meaning “student” or “learner,” which itself stems from discere (“to learn”). It entered English via Old English, borrowed from Latin as Christianity spread, referring to followers learning from a teacher, especially Jesus in the Bible, translating the Greek mathētēs (learner).