Mattheus 5:11

11 Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.

ὀνειδίζω oneidizó = smaad

3679 oneidízō (van een primitieve stam die 'berispen, verachten, zoals het tonen van je tanden' betekent, K. Wuest) – eigenlijk: iemand (of iets) in diskrediet brengen (beledigen), verwijten maken; bespotten (vervloeken); iemand (of iets) als schuldig beschouwen en daarom strafwaardig achten. Dit kan gebaseerd zijn op feiten (Mt 11:20) of onjuiste veronderstellingen (Mt 5:11).

vervolgt, zie vers 10

ψεύδομαι pseudomai = liegen

5574 pseúdomai (van pseudō, “vervalsen, liegen”) – eigenlijk liegen (vervalsen), opzettelijk verkeerd voorstellen (misleiden).

πονηρός ponéros = kwaad (spreken)

4190 ponērós (een bijvoeglijk naamwoord dat ook zelfstandig naamwoordelijk wordt gebruikt, afgeleid van 4192 /pónos, “pijn, moeizame moeite”) – eigenlijk: gekweld door pijn, waarbij de nadruk ligt op de onvermijdelijke kwellingen (ellende) die altijd met het kwaad gepaard gaan.