Mattheus 5:2 En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:
Leerde: didáskō (from daō, “learn”) – to teach (literally, “cause to learn”); instruct, impart knowledge (disseminate information).
In the NT, 1321 /didáskō (“teach”) nearly always refers to teaching the Scriptures (the written Word of God). The key role of teaching Scripture is shown by its great frequency in the NT, and the variety of word-forms (cognates).
[This includes three noun-forms, two adjectival forms, and one verb, totaling about 220 occurrences in the NT).]
Het woord “didache” komt uit het Oudgrieks (διδαχή), wat “onderwijs” of “instructie” betekent, en verwijst naar een belangrijk vroegchristelijk handboek waarin ethiek, rituelen (zoals doop en avondmaal) en het kerkleven werden beschreven. De volledige titel luidt: De Leer van de Twaalf Apostelen. Het diende als leidraad voor nieuwe gelovigen in de eerste eeuw.
Belangrijkste punten over het woord:
De tekst zelf: