Henoch 101
1 Richt uw aandacht scherp op de hemel kinderen van de hemel en iedereen die de Allerhoogste geschapen heeft. Vrees Hem en bega geen misdaden tegenover Hem.
2 Als Hij de ramen van de hemel sluit, de wind en de mist tegenhoudt omdat zij vanwege u niet meer op aarde valt, wat zult u dan doen?
3 Als Hij Zijn woede op u botviert vanwege uw daden, dan kunt u Hem niet meer smeken omdat u trots en respectloos gesproken hebt over Zijn rechtvaardigheid. Daarom zult u geen vrede kennen.
4 Ziet u niet dat zeelieden op de zeilschepen heen en weer geslingerd worden door de golven en weggeblazen worden door de wind, de wanhoop nabij?
5 Zij vrezen dat zij samen met hun lading door de zee verzwolgen worden. In hun hart hebben zij het kwade vermoeden dat de zee hen zal opslokken en dat zij erin zullen vergaan.
6 Zijn alle zeeën met al haar water en getijden niet het werk van de Allerhoogste? Heeft Hij haar grenzen niet bepaald en haar volledig omsloten met zand?
7 Op Zijn berispend woord droogt zij op, zodat al haar vissen en alles wat in haar leeft sterft.
8 Zal het zo ook niet met u gaan zondaars die Hem niet vrezen? Is Hij niet de Maker van hemel en aarde en alles wat zij bevatten? Heeft Hij niet wijsheid en begrip gegeven aan alles dat zich op aarde en in de zee beweegt?
9 Vrezen de zeelieden de zee niet voor niets? Toch vrezen zondaars de Allerhoogste niet.
