Henoch 25
1 Hij zei: ‘Waarom vraagt u mij naar de geur van deze boom Henoch, waarom wilt u de waarheid hierover kennen?’
2 Hierop antwoordde ik: ‘Ik wil graag alles weten, maar vooral dat wat over deze boom te zeggen is.’
3 Hij antwoordde en sprak: ‘De berg die u gezien heeft met haar top die op Gods troon lijkt, is de troon waarop de Heilige Grote en Majestueuze Heer, de eeuwige Koning zal zitten wanneer Hij komt om de aarde te bezoeken met Zijn goedheid.
4 Wat betreft deze heerlijk geurende boom, geen sterveling zal haar kunnen benaderen totdat het grote oordeel geweest is. Dan zal Hij iedereen vergelden en alles voor eeuwig vernietigen.
5 Daarna zal zij aan de rechtvaardigen en heiligen gegeven worden. Haar vrucht zal het voedsel van de uitverkorenen zijn. Zij zal overgeplant worden naar het noorden, waar de heilige plaats, de tempel van de Heer, de eeuwige Koning is.
6 Dan zullen zij in vreugde uitbarsten. In het heiligdom zullen zij binnengaan. Haar geur zal hen geheel doortrekken en zij zullen lang op aarde leven, zoals uw voorvaders geleefd hebben. In hun dagen zullen geen zorgen, moeilijkheden, plagen, straffen of rampen hen meer treffen.’
7 Hierna zegende ik de Glorieuze Heer, de Eeuwige Koning die dit alles voor de rechtvaardigen klaargemaakt heeft, Hij heeft ze geschapen en beloofd ze aan hen te geven.
