Henoch 38
De Eerste Parabel
1 De eerste gelijkenis. Als de verzameling van heiligen geopenbaard wordt en zondaars voor hun zonden gestraft zullen worden, dan zullen zij van het aardoppervlak worden verwijderd.
2 Als de Rechtvaardige zal verschijnen, ten aanschouwen van alle rechtvaardigen die uitgekozen worden, na weging van hun daden door de Heer der geesten, zal het licht opgaan over deze rechtvaardigen en zullen de uitgekozenen op aarde wonen. Waar zullen de zondaars dan naar toe moeten gaan, waar is de rustplaats van hen die de Heer der geesten verworpen hebben? Het zou beter voor hen zijn dat ze niet geboren waren.7
3 Als de geheimen van de rechtvaardigen geopenbaard zullen worden en de zondaars geoordeeld. Als de boosdoeners uit de kring van rechtvaardigen en de uitgekozenen verwijderd zullen worden.
4 Vanaf dat moment zullen zij die nu de aarde bezitten geen macht meer hebben of verheerlijkt worden. Zij zullen niet in staat zijn om de gezichten van de heiligen te aanschouwen als de Heer der geesten Zijn licht zal doen stralen vanaf de gezichten van de heiligen, rechtvaardigen en uitgekozenen.
5 De koningen en machtigen zullen dan vergaan en overgedragen worden in handen van de rechtvaardigen en heiligen.
6 Hierna zal niemand meer genade van de Heer der geesten afsmeken, omdat hun leven ten einde is gekomen.
