Dit is een oude revisie van het document!
Henoch 60
1 In het vijfhonderdste jaar, tijdens de zevende maand, op de veertiende dag van die maand, gerekend vanaf de geboorte van Henoch, zag ik in een gelijkenis hoe de aarde beefde. Zij beefde hevig. De krachten van de Allerhoogste en de ontelbare engelen schrokken er hevig van.
2 Hij die Altijd is zat op Zijn troon van heerlijkheid en de engelen stonden, samen met de heiligen rondom Hem.
3 Ik begon hevig te trillen en werd doodsbang. Ik kreeg knikkende knieën en viel voorover op mijn gezicht.
4 Michaël zond een van de heilige engelen naar mij toe die mij op deed staan. Toen hij dat deed keerde mijn geest in mij terug, ik was niet in staat gebleken om de aanblik van dit leger te bevatten, evenals de opschudding en het beven van de hemel.
5 Toen zei Michaël tegen mij: ‘Waarom bent u zo verontrust over dit visioen? Zijn genade heeft tot op deze dag geduurd, Hij is genadig en geduldig geweest met degenen die op aarde wonen.
6 Nu zal de dag, de kracht, de straf en het oordeel aanbreken over hen die de rechtvaardige wet van de Heer der geesten niet houden. Voor hen die het rechtvaardige oordeel afwijzen en Zijn Naam ijdel gebruiken zal de dag komen. Voor de uitgekozenen als een verbond, maar voor de zondaars als een ketterjacht.
7 Op die dag worden twee monsters uitgezet. Een vrouwelijk dat Leviathan genoemd wordt die zal leven in de diepten van de oceaan vlak bij de oorsprongen van het water.
8 En een mannelijk die Behemoth genoemd wordt. Hij zal zich op zijn borst voortbewegen en de woestijn bewonen die Duidain heet, ten oosten van de tuin waar de rechtvaardigen zullen wonen. Daar is ook mijn opa in de hemel opgenomen, de zevende vanaf Adam, de eerste mens die de Heer der geesten geschapen heeft.
9 Hierna vroeg ik een andere engel of hij mij kon uitleggen wat de kracht was die deze monsters ontvangen hadden. Ook (wilde ik weten) hoe zij van elkaar gescheiden werden op dezelfde dag, een naar de diepzee en de ander naar de droge woestijn.
10 Hij zei tegen mij: ‘U bent erop gericht om geheimen te begrijpen.’
11 De engel van vrede die bij mij was zei: ‘Deze twee monsters zijn door de kracht van God klaargemaakt om tot voedsel te dienen, dan zal het oordeel van God niet voor niets zijn. Dan zullen kinderen samen met hun moeders vermoord worden en zonen met hun vaders. Als de straf van de Heer der geesten zich voltrekt, zal het zich over hen voltrekken, dan zal het oordeel van de Heer der geesten niet voor niets zijn. Hierna zal het oordeel, samen met genade en geduld bestaan.’
12 Een andere engel die er ook bij was nam mij mee en toonde mij het begin en het einde van de hoge hemel en de diepte van de aarde beneden. De uithoeken van de hemel en haar fundament. De oorsprong van de winden en hoe zij zich verspreiden, hoe hun evenwicht is en hoe de oorspong en kracht van de wind op elkaar afgestemd en afgemeten wordt. Ook de kracht van het licht van de maan, afhankelijk van wat op dat moment past, de verdeling van de sterren, afhankelijk van hun naam en afstemming ten opzichte van elkaar.
13 Er is een verschil wanneer de bliksem flitst. Zij gehoorzaamt direct en daarna bestaat er een pauze tussen de tijd van bliksem en het geluid van de donder.
14 Toch zijn de bliksem en donder niet los van elkaar te zien, ook al bewegen ze niet op dezelfde golflengte in de geest (lucht), toch zijn ze onafscheidelijk.
15 Als de bliksem flitst klinkt de donder ook. De lucht zorgt voor de pauze tot je het geluid hoort, zij zorgt voor een eerlijke verdeling. Het uitgangspunt van de duur (tussen bliksem en donder) is vergelijkbaar met het zand. Elke keer wordt het (geluid) ingehouden als met een teugel en weerhouden door de kracht van de geest (lucht), zo beweegt zij zich voort in overeenstemming met de atmosfeer op aarde.
16 De geest (dichtheid) van de zee is eveneens krachtig en sterk. Een sterke kracht zorgt ervoor dat zij met een teugel wordt ingehouden (bij eb). Dan wordt zij weer vooruit-gedreven en spat zij tegen de rotsen van de aarde uiteen.
17 De geest (wind) van de vorst heeft haar eigen engel, de geest van de hagel heeft een goede engel.
18 De geest (wind) van de sneeuw houdt haar kracht in. Daarbinnen bevindt zich een bijzondere geest (wind) die uit haar verdampt en vorst genoemd wordt.
19 De geest (wind) van de mist komt van de uiteinden van de hemel. Zij trekt op van de plaats waar de regen vandaan komt. Zowel overdag als ’s nachts en zowel in de zomer als in de winter is zij te zien.
20 De (regen)wolk en de wolk van mist verbinden zich met elkaar, de een vult de ander aan. Als de geest (wind) van de regen uit haar verblijfplaats vertrekt komen er engelen die haar deuren openen, waarna zij vertrekt.
21 Als zij zich hierna over de aarde verspreidt, verenigt zij zich met al het andere water op aarde. Het water dat op de grond valt blijft liggen, omdat het water op de grond de aarde moet voeden zoals de Allerhoogste in de hemel dat bepaald heeft.
22 Daarom wordt de hoeveelheid regen die valt vastgesteld, de engelen hebben daar het bevel over. Al deze zaken die over de tuin van de rechtvaardigen gaan heb ik gezien.
