Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


bijbels:nbg:tekst:henoch67

Henoch 67


1 In die dagen kwam het Woord van God naar mij (Noach) toe en zij:
2 ‘Mij is hier in de hemel duidelijk gebleken wat uw deel is, u heeft geen deel aan misdaad, maar wel deel aan liefde en oprechtheid. Daarom zullen de engelen met de bomen aan het werk gaan, het werk dat zij uitvoeren zal ik beveiligen. Het levenszaad zal eruit voortkomen en een verandering zal intreden zodat de aarde niet geheel zonder inwoners zal zijn.
3 Uw nageslacht, en dat van degenen die bij u op aarde wonen zal ik voor eeuwig en altijd voor mijn aangezicht bevestigen. Zij zullen niet zonder vrucht zijn maar door de Naam van de Heer gezegend en talrijk worden.’
4 Hij zal de engelen die onheilig gehandeld hebben opsluiten in de gloeiendhete afgrond die mijn overgrootvader Henoch mij getoond heeft in het westen waar de bergen van goud, zilver, ijzer, kwik en tin zijn.
5 Het dal dat ik hevig zag beven en waar het water in beroering was.
6 Toen ik al dat gesmolten metaal en beven voor mijn ogen zag gebeuren, rook ik een zwavelachtige geur die zich met het water mengde. Hierin verbrandden de engelen die de mensheid verleid hadden, onder deze grond.
7 Door de vallei stroomde lava, waarin de engelen die de bewoners op aarde verleid hebben gestraft zullen worden.
8 Deze waterstromen zullen in die dagen ook gebruikt worden voor de koningen, machthebbers en hooggeplaatsten en de inwoners van de aarde. Zij zullen de ziel en het lichaam genezen en de geest straffen. Hun geesten zullen feesten wanneer hun lichamen gestraft worden omdat zij de Naam van de Heer der geesten verloochend hebben, want hoewel zij hun veroordeling dag aan dag beseft hebben, hebben zij toch niet in Zijn Naam geloofd.
9 En terwijl hun lichamen zwaar verbranden, zal ook hun geest een dergelijke verandering ondergaan die eeuwig is,
10 want niemand zal ijdele woorden in aanwezigheid van de Heer der geesten uiten.
11 Het oordeel is over hen geveld omdat zij op hun lichamelijke lusten vertrouwd hebben en de Geest van de Heer afgewezen hebben.
12 In die dagen zal het water in die vallei veranderen. Als de engelen veroordeeld worden, dan zullen de hete bronnen een verandering ondergaan. Als de engelen uit het water van deze bronnen opstijgen zal het water in ijs veranderen. Daarop hoorde ik Michaël spreken en hij zei: ‘Dit oordeel waarmee de engelen veroordeeld zullen worden zal een getuigenis voor de koningen en machthebbers die de aarde in bezit genomen hebben zijn.
13 Het water van het oordeel zal namelijk tot genezing zijn en voor het afsterven van hun lichamen. Maar zij zullen niet beseffen en geloven dat dit water zal veranderen en een vuur dat voor eeuwig brand zal worden.

bijbels/nbg/tekst/henoch67.txt · Laatst gewijzigd: door 127.0.0.1