Henoch 69
1 Nadat het oordeel is voltrokken zullen zij doodsbang zijn en beven omdat dit alles aan de inwoners van de aarde openbaar is gemaakt.
2 Luister naar de namen van deze engelen. Dit zijn de namen: De eerste is Semjaza, de tweede Arstikafa, de derde Armen, de vierde Kokablel, de vijfde Turael, de zesde Rameël, de zevende Danel, de achtste Kael, de negende Barekwijal, de tiende Azazel, de elfde Armaros, de twaalfde Baterel, de dertiende Basasael, de veertiende Ananel, de vijftiende Turel, de zestiende Samzepeël de zeventiende Saterel, de achttiende Jomjael, de negentiende Tamlel, de twintigste Ramlel, de eenentwintigste Azazyel.
3 Nu volgen de leiders van deze engelen met hun namen, het zijn leiders over honderd, vijftig en tien (engelen).
4 De eerste heet Jekun (rebel), hij verleidde alle heilige engelen en zorgde ervoor dat zij op aarde afdaalden en door de mensendochters verleid werden.
5 De tweede heet Kesabel, hij gaf de heilige engelen (zonen) van God slechte raad en zorgde ervoor dat zij hun lichaam vervuilden door omgang met de mensendochters.
6 De derde heet Gadrel, hij leerde elke vorm van doodslag aan de mensen. Hij verleidde Eva en toonde aan de mensen met welke wapens zij elkaar konden doden. De wapenrok, het schild en het zwaard om af te slachten, alle dodelijke wapens voor de mensenkinderen.
7 Vanwege hem is dit alles verspreid over degenen die op aarde wonen, vanaf die dag duurt het nog altijd voort.
8 De vierde heet Penemue, hij leerde de mensenkinderen wat bitter en zoet is, en het geheim van de wijsheid die zij bezitten.
9 Hij leerde hen schrijven en het gebruik van inkt en papier. Hierdoor hebben tot op de dag van vandaag, ja voortdurend, velen gezondigd.
10 Mensen zijn hiervoor namelijk niet gemaakt, om hun geloof met behulp van pen en inkt te belijden. Mensen zijn namelijk precies als de engelen gemaakt, met de bedoeling dat zij voortdurend zuiver en rechtvaardig zouden zijn. Dan zou de dood, die alles vernietigd, geen macht over hen kunnen hebben, maar nu vergaan zij vanwege deze kennis, door de kracht die deze in zich draagt worden zij verteerd.
12 De vijfde heet Kasdeja, hij leerde de mensenkinderen hoe zij door middel van (boze) geesten en demonen slagen kunnen toebrengen. Hoe zij abortus kunnen plegen zodat de vrucht vergaat, het vergaan van de geest door de beet van een slang en de steek die ’s middags wordt gegeven door het nageslacht van de slang die Tabaet heet.
13 Hierna volgt Kasbel, (hij leerde) het voornaamste deel van de eed die de Allerhoogste aan de heiligen geleerd heeft toen hij nog boven in de hoge hemel was.
14 Hij heet Bika en heeft Michaël gevraagd om hen de verborgen naam te tonen, zodat zij deze geheime naam zouden begrijpen.
15 Dan zouden zij de eed kunnen onthouden en zouden zij die de geheimen aan de mensenkinderen leren uit angst beven wanneer zij deze naam uitspraken. Dit is een krachtige eed, hij is zeer krachtig. Hij vestigde deze eed van Akae met de middelen van de heilige Michaël.
16 Dit zijn de geheimen van de eed, de eed die sterk maakt, waardoor de hemel voor eeuwig werd gevestigd, voordat de aarde werd geschapen.
17 Hierdoor werd de aarde op het water gefundeerd. Vanuit haar verborgen oorsprong in de heuvels stroomt het bruisende water, vanaf de schepping tot aan het einde van de wereld.
18 Door deze eed is de zee gemaakt en haar fundament, is het zand als grens gesteld voor haar bulderen dat zonder ophouden doorgaat, vanaf de schepping tot aan het einde van de wereld.
19 Door deze eed zijn de diepten vastgesteld. Zij blijven bestaan en wijken voor eeuwig en altijd niet van hun plaats.
20 Door dezelfde eed doorlopen de zon en de maan hun baan en noemt Hij hen bij naam. Zij bevestigen Zijn opdracht, voor altijd en eeuwig.
21 Door de eed doorlopen ook de sterren hun baan. Hij noemt hen bij naam en zij beantwoorden Hem, voor altijd en eeuwig.
22 Hetzelfde geldt voor de wind- en waterstromen, de vier windrichtingen en hoe hun gang bepaald wordt.
23 Daar worden ook de donder en de schitterende bliksem bewaard, de schatten van hagel en vorst, sneeuw, regen en dauw.
24 Zij allen vertrouwen danken en prijzen met al hun kracht de Heer der geesten. Hij bevestigd hun dankzegging als zij de Heer der geesten voor eeuwig en altijd danken, eren en verheerlijken.
25 Door hen bekrachtigt Hij Zijn eed, doordat hun wegen standvastig zijn en hun gang onophoudelijk is.
26 Zij waren allemaal erg blij en zij zegenden, eerden en verheerlijkten de Naam van de Mensenzoon die aan hen geopenbaard was.
27 Hij zat op Zijn troon van heerlijkheid en het eindoordeel werd aan Hem toevertrouwd, de Mensenzoon. Hij zorgde ervoor dat de zondaars van de aarde verwijderd en verdelgd werden en zij die de wereld verleid hebben zullen voor altijd en eeuwig met kettingen gebonden zijn.
28 Naar de mate van hun verval zullen zij opgesloten worden en al hun werken zullen van de aarde weggevaagd worden.
29 Vanaf dat moment zal niets meer in verval raken, als de Mensenzoon geopenbaard is en zitting op de troon van Zijn heerlijkheid genomen heeft. Dan zal al het slechte voorbij gaan en uit Zijn ogen verdwijnen. Het woord van de Mensenzoon zal krachtig zijn in aanwezigheid van de Heer der geesten.’ Dit is de derde gelijkenis van Henoch.
