Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


bijbels:nbg:tekst:henoch78

Henoch 78


1 Dit zijn de namen van de zon. De eerste is Orjares en de tweede Thomas.
2 De maan heeft vier namen. De eerste is Asona, de tweede Ebla, de derde Benase en de vierde Erae.
3 Dit wat betreft de twee grote lichten, hun bol is als de hemelbol en hun afmetingen zijn gelijk.
3 Zeven lichtdelen worden er meer aan de zon toegevoegd dan aan de maan.
4 Het wordt zo afgemeten totdat een zevende deel van de zon uitgeput is.
5 Zij gaan onder door de poorten in het westen en gaan hun weg via het noorden. Zij komen op via de oostelijke poorten aan de voorkant van de hemel.
6 Als de maan opkomt, is een veertiende deel ervan aan de hemel zichtbaar.
7 Zij wordt gaandeweg vol, op de veertiende dag is dat zover. Vijftien stadia van licht bereikt zij gedurende (de volgende) vijftien dagen. Dan is haar licht gedoofd, als tekens gedurende het jaar, dat is drie keer vijf.
8 De maan wordt vol in veertien delen. Gedurende haar afname neemt zij een veertiende deel af op de eerste dag. Op de tweede dag een dertiende deel, op de derde dag een twaalfde deel, op de vierde dag een elfde deel, op de vijfde dag een tiende deel, op de zesde dag een negende deel, op de zevende dag een achtste deel, op de achtste dag een zevende deel, op de negende dag een zesde deel, op de tiende dag een vijfde deel, op de elfde dag een vierde deel, op de twaalfde dag een derde deel, op de dertiende dag een tweede deel en op de veertiende dag tot weer een veertiende deel (de helft van een zevende deel).
9 Op de vijftiende dag is haar licht geheel verdwenen.
10 Tijdens sommige maanden, duurt de maand negenentwintig dagen en één maand achtentwintig. Uriël toonde mij een andere wetmatigheid, dat vanaf de zon de maan licht toebedeeld wordt.
11 De hele periode dat de maan in lichtsterkte toeneemt, komt dit van de zon af, totdat veertien dagen in de hemel om zijn.
12 Als zij volledig verlicht is, schijnt zij volop aan de hemel.
13 Op de eerste dag wordt zij nieuwe maan genoemd, want op die dag komt zij op. Precies op de dag dat de zon in het westen ondergaat wordt zij vol. Na de nacht komt (de zon) dan weer op in het oosten.
14 De maan schijnt dan de hele nacht door totdat de zon tegenover haar opkomt en de maan tegenover de zon staat. Aan de kant waar de maan licht geeft, neemt zij ook weer af totdat al haar licht uitgedoofd is en alle dagen van de maand vol zijn, dan is haar omloop compleet en zonder licht.
15 Drie maanden duurt het dertig dagen. Drie maanden duurt het negenentwintig dagen. Haar afname (van licht) is in de eerste periode, door de eerste poort, dit duurt 177 dagen.
16 In de maanden van haar toename verschijnt zij drie maanden in dertig dagen en drie maanden in negenentwintig dagen. ’s Nachts lijkt zij op (het gezicht van) een mens en overdag op (het gezicht van) de hemel. Want dan zie je niets anders dan licht.

bijbels/nbg/tekst/henoch78.txt · Laatst gewijzigd: door 127.0.0.1